Extra inname vitamine K gewenst
voor zuigelingen
Er zijn aanwijzingen dat de huidige vitamine K-suppletie een specifieke groep zuigelingen onvoldoende beschermt, namelijk
borstgevoede zuigelingen met een gestoorde vetopname; jaarlijks krijgen ongeveer vijf van deze zuigelingen ernstige
bloedingen. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft de Gezondheidsraad om advies gevraagd over de gezondheidseffecten
van een nieuw suppletiebeleid. Volgens de raad is het wenselijk de vitamine K-dosering voor alle
borstgevoede zuigelingen te verhogen van 25 naar 150 microgram per dag vanaf week
1 (dag 8) tot 3 maanden na de geboorte. Dit schrijft de Gezondheidsraad in een briefadvies dat wordt aangeboden aan de minister van VWS.
Sinds 1990 krijgen alle voldragen zuigelingen in Nederland na de geboorte 1 milligram
vitamine K oraal toegediend om vroege (tot 24 uur na de geboorte) en klassieke (tussen
24 uur en 7 dagen na de geboorte) bloedingen ten gevolge van een vitamine K-tekort te
voorkomen. Daarnaast wordt ouders en verzorgers aangeraden borstgevoede zuigelingen vanaf dag 8 dagelijks 25 microgram
vitamine K te geven tot ze drie maanden oud zijn om late vitamine K-deficiëntiebloedingen (tussen 1 en 12 weken na
de geboorte) te voorkomen; voor flesgevoede zuigelingen is deze dagelijkse toediening
niet nodig omdat flesvoeding al voldoende vitamine K bevat. Bovenstaande dosering biedt gezonde, borstgevoede zuigelingen een goede
bescherming tegen vitamine K-deficiëntiebloedingen. Borstgevoede zuigelingen met
een gestoorde vetopname zijn echter minder goed beschermd doordat bij hen de vitamine K minder goed wordt opgenomen in het lichaam. De raad adviseert daarom de
vitamine K-dosering vanaf week 1 (dag 8) voor alle borstgevoede zuigelingen te verhogen van 25 naar 150 microgram per dag; ‘alle borstgevoede zuigelingen’ omdat
de diagnostiek nog niet ver genoeg is ontwikkeld om de zuigelingen met een gestoorde
vetopname vroegtijdig op te sporen. (Juni 2010)
Reacties: